Voorwoord
Dit verslag bevat een overzicht van de activiteiten die door TOPOS in het jaar 2011 zijn uitgevoerd. Het geeft een beeld van aard en omvang van de activiteiten van een inmiddels weer springlevend TOPOS. De grote belangstelling die er in dit jaar was voor alles wat door TOPOS werd georganiseerd, geeft moed voor de toekomst. De realisatie van het programma was mogelijk door bijdragen van het Stimuleringsfonds voor de Architectuur (Sfa) en van een groot aantal sponsoren. Langs deze weg danken wij het fonds, de sponsoren en onze Vrienden voor hun jaarlijkse bijdrage.
Maastricht, 31 december 2011.
De voorzitter van het bestuur van TOPOS, Prof. dr. Nico Nelissen
Secretaris van het bestuur van TOPOS, Guido Quanjel
Verslag TOPOS 2011

Website:
De site www.toposmaastricht.nl informeert alle geïnteresseerden in organisatorische, strategische en inhoudelijke zaken die bij TOPOS aan de orde zijn. De website biedt informatie over wat TOPOS is en wat zijn activiteiten zijn. De website is gedurende 2011 vernieuwd en geactualiseerd. De lokale, regionale en landelijke pers is via een (post en e-) mailing op de hoogte gesteld van de activiteiten. Bij een aantal activiteiten is telefonisch contact opgenomen met de (plaatselijke) media om informatie te verstrekken of om een redacteur uit te nodigen voor een bijeenkomst.
Deelname aan Programma 2011:
Vrijwel alle voor 2011 geplande activiteiten hebben doorgang gevonden. De opkomst bij alle bijeenkomsten was zeer positief. Per bijeenkomst waren tussen 75 en 150 personen aanwezig. De deelnemersaantallen bij de reeks Raakvlakken lagen ietsjes lager. Naar achtergrond waren het behalve architecten, stedenbouwers, landschaps- en interieurarchitecten en andere professionals, ook burgers en burgergroepen, waaronder ook nieuwe doelgroepen zoals studenten van de ABK. Via een actief debat zijn de deelnemers aan de bijeenkomsten direct betrokken bij het besprokene.
Programma 2011:
TOPOS heeft voor het opstellen van het jaarprogramma 2011 voor de volgende formule gekozen.
Er is een reeks lezingen en debatten gehouden; en verder zijn aanvullende en ondersteunende activiteiten georganiseerd.
Het jaarprogramma TOPOS 2011 omvatte de volgende activiteiten
* Lezingenreeks "terug uit Dromenland"
* Bijeenkomsten "Raakvlakken"
* Dag van de Architectuur (samen met Kring Zuid-Limburg BNA)
* Excursie

A. Lezingenreeks ‘Terug uit Dromenland’:
Het centrale thema van het jaar 2011 ‘Terug uit dromenland’ werd gekozen om de nieuwe situatie waarin architectuur en stedenbouw zich bevinden onder invloed van de aanhoudende crisis nader in ogenschouw te nemen. Het aantal opdrachten, en vooral ook de grote opdrachten, zijn in de koelkast gezet en de vraag is wanneer die er weer uit komen. Een en ander betekent dat de aanvankelijke dromen tot realisatie van voor Maastricht belangrijk geachte projecten (voorlopig) geen doorgang vinden. Wat te doen in een periode waarin dromen geen werkelijkheid worden en met nieuwe realiteiten moet worden gewerkt? In het jaarprogramma 2011 worden meerdere aspecten ter beantwoording van deze vraag aan de orde gesteld. Zo wordt bijvoorbeeld de vragen opgeworpen: Of historiserend bouwen voor consumenten en markt (meer) perspectief biedt? Of de afbouw van een voor Maastricht belangrijke tak van industrie (cementindustrie) ruimte oplevert waarin een nieuwe droom kan worden gerealiseerd? Of de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de landgoederenzone die rondom Maastricht ligt, een nieuw hoopvol perspectief biedt? Of herstructurering van bedrijventerreinen tot een betere kwaliteit van deze werkgebieden kan leiden? Of de benutting van ruimte boven winkels in de binnenstad nieuwe woongelegenheid kan opleveren? Of de schaal waarop gedacht moet worden, aan opschaling toe is? Of de universitaire campus na het debacle van Calatrava, toch nog een nieuw hoopvol perspectief kan opleveren? Al deze vragen samen getuigen van een bezinning op de situatie die is ontstaan nu we ruw uit het dromenland zijn weggehaald en moeten denken en handelen onder gewijzigde omstandigheden.
1. Historiserend Bouwen: droom gefundeerd op het verleden
Maandagavond 10 januari 2011
Sinds vele decennia is het Modernisme de bepalende stroming in de architectuur en stedenbouw in Nederland, en ook in Maastricht. Sinds de jaren negentig echter heeft zich een stroming ontwikkeld die wel ‘Hedendaags Traditionalisme’ wordt genoemd. In plaats van vernieuwing zoeken hedendaagse traditionalisten aansluiting bij wat er is, maken ze gebruik van het verleden en passen ze bij voorkeur beproefde architectonische elementen toe die hun bestaansrecht al hebben bewezen. Deze stroming wordt aangevoerd door architecten en bureaus als Soeters Eldonk Pronec, Scala, Molenaar & Van Winden, Krier & Kohl etc. Het is tijd om het Hedendaags Traditionalisme te ontdoen van alle moralistische voor en tegen argumenten en op zijn inhoud te analyseren. Welke rol is er voor het historiserend bouwen weggelegd in Maastricht, een stad die zo’n uitgebreide historische basis kent? Kan het Hedendaags Traditionalisme de concurrentie aan met het Modernisme? Welke partijen zijn voor- en tegenstander van deze stromingen in de architectuur en welke argumenten hanteren ze daarbij?
Spreker: Hans Ibelings, auteur van diverse publicaties over zowel hedendaagse moderne architectuur en stedenbouw, als over het Hedendaags Traditionalisme.
Co-referent: Piet Mertens, oud directeur Academie van Bouwkunst en oud-student Granpré Molìere.

2. Een nieuwe droom: de transformatie van een groeve
Maandagavond: 14 februari 2011
Maastricht staat aan de vooravond van een definitieve transformatie van de groeve en het fabrieksterrein van de Eerste Nederlandse Cement Industrie [ENCI]. De provincie Limburg, de gemeente Maastricht en ENCI hebben een projectgroep geformeerd die dit transformatieproces moet begeleiden. Zij werken aan een Plan voor Transformatie dat momenteel bijna gereed is voor ondertekening en uitvoering. Dit document legt de definitieve transformatie van het ENCI terrein vast en bepaalt hoe de winning van mergel tussen 2015 en 2020 zal worden beëindigd.
Hoewel ENCI cement blijft produceren m.b.v. aangevoerde grondstoffen zal, na het stoppen van de mergelwinning, een deel van de industriële gebouwen hergebruikt worden voor nieuwe bedrijven en de groeve opnieuw worden ingericht als ‘natuur-’ en recreatiegebied. Na meer dan 100 jaar wordt de St. Pietersberg (of wat daar van over is) weer van de bevolking van Maastricht en kan het vrij gebruik maken van de groeve.
In deze lezing werd de vraag gesteld of de natuur herschapen kan worden? Of moeten we het nieuw ontstane landschap respecteren? Daar waar zich in de jaren ’50 het plan ontwikkelde om de groeve na uitputting te herontwikkelen tot een ‘fake’ glooiend heuvellandschap, lijken nu juist de natuurwaarden van het nieuw ontstane postindustriële landschap te worden gekoesterd. Door inspirerende voorbeelden uit binnen- en buitenland te tonen en deze te vergelijken met de ambities van het Plan voor Transformatie wordt geprobeerd na te gaan wat de kansen zijn voor natuur en cultuur in dit overweldigende en unieke nieuwe landschap.
Spreker: Caspar Slijpen, landschapsarchitect, afgestudeerd met een plan voor de herinrichting van een groeve waarmee hij in 1999 de archiprix won.
Co-referent: Jan van de Mortel, Grontmij.

3. De Landgoederen Zone: dromenland in uitvoering
Maandagavond: 14 maart 2011
Ten noorden van Maastricht bevindt zich een gebied waar in de tweede helft van de 19e eeuw rijke industriëlen een groot aantal landgoederen heeft gesticht. Dit relatief onbekende gebied aan de rand van de stad is door het gemengde eigendom van publieke en private gronden de laatste jaren erg versnipperd en voor velen niet meer als zodanig herkenbaar.
Het project voor de ondertunneling van de A2 stadstraverse heeft opnieuw de aandacht gevestigd op de kwaliteiten en kansen van dit gebied. Door de recente toekenning van een subsidie van het ministerie van VROM in het kader van Mooi Nederland is er schot in het planvormingsproces gekomen. In samenwerking met de aangrenzende gemeenten Meerssen en Valkenburg, lokale agrariërs en de huidige eigenaren van de landgoederen (waaronder een hotel en conferentiecentrum en de Hogere Hotelschool Maastricht) zal de Landgoederenzone de komende jaren worden omgevormd tot een agrarisch en recreatiegebied waarin onder slow-food inspiraties hoogwaardige streekproducten zullen worden geteeld, geproefd en verkocht. Men hoopt hiermee zowel de economie en recreatie binnen dit gebied een nieuwe impuls te geven alsook ook culturele waarden te herbevestigen en toekomstbestendig te maken. De lezing schonk aandacht aan de dit gewaagde en waardevolle initiatief. En wil de discussie hierover stimuleren door middel van een debat tussen de projectleider en enkele betrokkenen.
Spreker: Erik Kaptein, projectleider van gemeente Maastricht voor de Landgoederenzone, voorzitter SlowFood Zuid-Limburg.
Debat: Fon Habets RCE, Jeroen Verbeek landschapsarchitect, Coen Eggen bouwhistoricus en Alex Bos chef-kok.
Bijzondere vermelding verdient, dat aan het einde van de avond de deelnemers mochten genieten van speciaal voor deze bijeenkomst bereide slow food hapjes.
4. De droom van bedrijventerreinen door de realiteit ingehaald?
Maandagavond: 11 april 2011
Binnen de gemeente Maastricht bevinden zich enkele sterk verouderde bedrijventerreinen zoals De Beatrixhaven en Bosscherveld. Jarenlang heeft een beleid van gronduitgifte op nieuwe locaties nabij snelwegen of in samenwerking met buurgemeenten er voor gezorgd dat sterkere en groeiende bedrijven de oude industriegebieden konden verlaten terwijl de zwakkere bedrijven achterbleven. De resulterende leegstand en verloedering hebben een neergaande spiraal veroorzaakt met zowel ruimtelijke als economische consequenties. Ook de nieuwe bedrijventerreinen kennen hun problemen. Door diverse factoren, waarvan de algemene economische crisis en bevolkingskrimp de meest aansprekende zijn, vertraagt de realisatie van deze gebieden. Onder andere doordat ze ontwikkeld worden aan de hand van een vooraf bepaald masterplan met een afgerond eindbeeld blijken deze plannen slecht te kunnen reageren op veranderingen in de markt. Bovendien heeft de gedachte dat het volledige plan gerealiseerd zou worden, geleid tot een onverantwoord gronduitgifte beleid. Hierdoor staan deze terreinen er voorlopig, maar met de bevolkingskrimp in het achterhoofd, waarschijnlijk voor altijd half afgerond bij, met ook hier ruimtelijke en economische consequenties, om van de schade voor het landschap nog maar te zwijgen. De lezing heeft inzicht gegeven in de processen die aan de verloedering van bestaande bedrijventerreinen ten grondslag liggen en wat de consequenties zijn van het beleid dat in de jaren ’90 is ontstaan. Verder werd gedurende deze bijeenkomst onderzocht welke verschillende strategieën er beschikbaar zijn voor het aanpassen van bestaande bedrijventerreinen en welke strategieën ingezet kunnen worden bij het aanpassen van nieuwe bedrijventerreinen onder veranderende economische omstandigheden. Hoe ziet de toekomst voor verouderde of niet afgeronde bedrijventerreinen er uit? Welke rol spelen beleidsmakers en ontwerpers hierin?
Spreker: Drs. Jeanet van Antwerpen, Inbo coördinator van rapport ‘Van bedrijventerrein naar werkmilieu.
Coreferent: Marleen van Oeveren, projectleider gemeente Maastricht

5. De toekomst gedroomd door Jonge Architecten in Maastricht
Maandagavond: 09 mei 2011
Krimp, vergrijzing, ingebakken tradities, historische provinciestad in een uithoek van Nederland. Biedt de regio Maastricht nog wel voldoende kansen voor jonge architecten om zich daar te ontwikkelen en te profileren? In 4x10 minuten hebben zich 4 (piep)jonge architectenbureaus voorgesteld. Wat is hun motivatie voor het vestigen van hun bureau in deze regio? Wat is de invloed van de omliggende landen en steden op hun werk? Hebben ze grensoverschrijdende projecten en samenwerkingsverbanden? Op welke manier sluit het architectuurdebat in de regio aan op landelijke tendensen of wijkt het daar juist vanaf? Wat is de rol van lokale overheden en instanties in de vormgeving van het klimaat voor jonge architecten? Is er voldoende aandacht voor hun interesses en problemen en zijn ze zich voldoende bewust van thema’s als duurzaamheid, internationale netwerken en sociale media? Aansluitend werd een debat georganiseerd met voormalige ‘jonge architecten’. Zien zij een verschil met hun ‘jonge jaren’.
Leiding van de avond: Prof. Ir. Wim van den Bergh
Sprekers: Richard Verbruggen, Wytske van der Veen, Bas van der Pol en Jerome Paumen.
Debat: Peter Vandenboorn (Huiswerk Architecten), Marc Maurer (Maurer United Architects) en Dimitri Minten.

6. Wonen boven winkels: de droom nabij?
Maandagavond: 20 juni 2011
Vroeger woonden winkeliers veelal boven hun winkel. In de loop van de jaren zijn ze echter verhuisd naar woningen buiten het centrum. De komst van veel filiaalbedrijven heeft daar aan bijgedragen. In veel gevallen waren de woningen alleen bereikbaar via de winkel en de winkeliers waren niet bereid kostbare vierkante meters hiervoor af te staan, waardoor de verdiepingen leeg bleven of als pakruimte werden gebruikt. Door het vele achterstallig onderhoud aan de verdiepingen wegen de investeringen voor het opknappen hiervan niet meer op tegen de opbrengsten. Het wonen terugbrengen naar de binnenstad bevordert de leefbaarheid van de stad. Het zorgt ervoor dat, na sluitingstijd van de winkels, mensen in het centrum blijven. Het gevoel van onveiligheid wordt daardoor tegengegaan. Door de realisatie van woningen boven winkels vindt een volledige opknapbeurt plaats van de bovenruimten en wordt bijgedragen aan de verbetering van de monumentale uitstraling van Maastricht. In de Maastrichtse binnenstad is een capaciteit van ca. 600 woningen. Er zijn de afgelopen jaren meerdere wonen boven winkels projecten gerealiseerd. Dit zijn lange en moeilijke processen omdat de ontsluiting vaak over daken en tuinen van andere eigenaren moet plaatsvinden. Voorafgaande aan een bezoek aan enkele WBW-projecten werd een introductie gegeven op aard en karakter van de problematiek door de betrokken partijen. Vier projecten werden door groepjes bezocht (SNS bank, C&A, Muntstraat, Hondstraat), waarbij door de betrokken architecten ter plekke een toelichting werd gegeven. De centrale vragen daarbij: Wat is de stand van zaken op dit moment? Wie zijn de betrokken partijen en wat is hun visie? (Gemeente – UM – Woonpunt) Welke invloed heeft de regelgeving op de haalbaarheid van het wonen? Wat is de invloed van de woningcrises op WBW?
Rondleiding: Paul Penders en Frans Steffens, Wonen Boven Winkels; René Thijssen, architect, Schoenmakers, architect bureau Dautzenberg en enkele andere architecten die bij de projecten betrokken waren.

7. Concept Structuurvisie Maastricht
Maandagavond: 12 september 2011
De meest recente structuurvisie, het Structuur- en Mobiliteitsbeeld Maastricht (2006), is om verschillende redenen aan herijking toe. Recent is ten aanzien van het profiel van de stad een aantal beslissingen genomen, waarvan de ruimtelijke gevolgen op structuurniveau moeten worden vastgelegd (onder andere de Stadsvisie Maastricht 2030). De economische crisis en de afnemende programmatische druk vragen om scherpe keuzes en prioriteiten. De demografische ontwikkelingen leiden tot een andere bevolkingssamenstelling. Daarnaast moet, vanuit de behoefte te komen tot een duurzaam Maastricht, geanticipeerd worden op klimaatverandering, energietransitie en een toenemende grondstoffenschaarste. Een aantal van deze thema’s heeft grote gevolgen voor de fysieke inrichting van de stad. Bovendien is het ter beschikking hebben van een actuele structuurvisie voor de gemeente wettelijk verplicht in de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Een nieuwe structuurvisie betekent niet dat er (in fysieke zin) een andere, geheel nieuwe stad wordt gerealiseerd. De (geleidelijke) ontwikkeling van de stad is een rijdende trein waarvan de koers van tijd tot tijd opnieuw wordt gedefinieerd. Een nieuwe structuurvisie legt op basis van trends en ontwikkelingen nieuwe accenten en formuleert aangescherpte opgaven. Tevens vormt de structuurvisie een integratiekader voor het totale ruimtelijke gemeentelijk beleid. De visie richt zich op de ontwikkelingen tot 2030. Sommige onderdelen, zoals infrastructuur, landschap en openbare ruimtes vormen het ruimtelijk kader voor de langere termijn, andere, zoals de concrete programma’s en voorgenomen projecten, zullen tussentijds moeten worden bijgesteld. De voordracht betrof de conceptstructuurvisie, die in de loop van oktober 2011 wordt voorgelegd aan het College.
Sprekers: Ir. Jake Wiersma, gemeente Maastricht en Ir. Rein Geurtsen, Universiteit Delft
Debat: Ir. Jake Wiersma, gemeente Maastricht en Ir. Rein Geurtsen, Universiteit Delft Gerdo van Grootheest, wethouder Maastricht en Pascal Wauben, stedenbouwer gemeente Sittard/ Geleen.

8. Dromen over een Euregionaal ontwerp (in samenwerking met Studium Generale van Maastricht University)
Maandagavond: 10 oktober 2011
Sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw zijn de steden uit de Euregio (MAHHL: Maastricht, Aachen, Hasselt, Heerlen en Liège) het belang en de kansen van uitgebreide samenwerking op tal van terreinen gaan inzien. Tot nu toe zijn er vooral resultaten op bestuurlijk niveau geboekt (zoals het zogeheten burgemeestersoverleg) en op een meer praktisch niveau (zoals: de afstemming van de koopzondagen, gezamenlijke subsidieaanvragen op Europees niveau, gezamenlijke promotiecampagnes voor werving internationale bedrijvigheid, etc.). Deze activiteiten en resultaten spreken echter weinig tot de verbeelding van het grote publiek. Met de kandidatuur Maastricht Culturele Hoofdstad 2018 heeft men voor het eerst een project in handen dat zowel voor de politiek, als ook voor het publiek dat vermogen wel tot de verbeelding kan spreken. De gemeente Maastricht gelooft dat regionale planvorming onderdeel zou moeten zijn van de uitdaging van Culturele Hoofdstad 2018. In het kader van deze kandidatuur wil TOPOS de Euregionale ontwerpcultuur belichten. Zo is er bijvoorbeeld een Euregionale Architectuur Prijs en proberen enkele architectenbureaus en architectuurcentra grensoverschrijdend te opereren, maar wordt er ook Euregionaal ontworpen? Wordt de coherentie in het Euregiogebied bewust vormgegeven d.m.v. grensoverschrijdende ruimtelijke projecten? Om het inhoudelijke debat en kennisuitwisseling te bevorderen worden al tien jaar jaarlijks Euregionale Werkateliers georganiseerd voor ontwerpers die werkzaam zijn in de MAHHL-steden. Tijdens tweedaagse bijeenkomsten wordt ontworpen aan een stedenbouwkundige opgave in de gaststad. Centraal staat een actueel thema zoals kennisstad, grensoverschrijdende ontwikkeling, duurzaamheid, creatieve industrie etc. Hebben de resultaten van deze werkateliers hun vertaling gekregen in de realiteit? Hebben zij de kracht om over bestuurlijke en staatsrechtelijke barrières heen de Euregio vorm te geven en bij het grote publiek een gevoel van coherentie te genereren?
Spreker: Drs. Wim Meys van de Gemeente Maastricht geeft inzicht in het wel en wee van de Euregionale samenwerking.
Forum: Een forum bestaande uit deskundigen van verschillende disciplines zal van gedachten wisselen over kansen en valkuilen van de Euregionale samenwerking. Debat onder leiding van Nico Nelissen: Drs. Wim Meys (vml. Directeur stadsontwikkeling gemeente Maastricht), Dr. ir. Joop de Vries (initiatiefnemer ‘Hoe willen wij leven in Maastricht?’), Prof. drs. Harrie Welters (em. hgl. Haveneconomie en actief in Euregionaal verband) en Ir. René Daniëls (stedenbouwkundige betrokken bij vele projecten in de Euregio).


9. Urban Campus Revisited: Sweet dreams? (in samenwerking met Studium Generale van Maastricht University)
Maandagavond: 14 november 2011
In de jaren ‘70 is de Universiteit Maastricht (UM) opgericht en van start gegaan in leegstaande panden in de binnenstad van Maastricht. Met de groei van de universiteit leek een Campusterrein op een goed bereikbare snelweglocatie rond 1990 de volgende stap. Met het concept voor de Urban Campus van Jo Coenen keerde het tij. Er werd gekozen voor een dubbel strategie: een netwerk van gebouwen voor de kleinschaliger functies in het Jekerkwartier, en de ontwikkeling van de medische faculteit rondom het nieuwe AZM in Randwyck. Na het debacle van het Campusplan van Servatius en architect Calatrava is het tijd voor bezinning. Naast het uitwerken van plannen voor een Life-Science Campus in Randwyck, zet de universiteit in op de ontwikkeling van haar Faculteit Humanities and Sciences. Deze moeten beide haar internationale profiel versterken en daarmee de aantrekkelijkheid voor buitenlandse studenten. Jo Coenen is als hoogleraar betrokken bij een nieuwe opleiding (Postgraduate Course European Architecture), maar werkt ook aan een nieuw huisvestingsplan om de groei van de universiteit te kunnen accommoderen: Urban Campus Revisited. Hoog tijd om hem te bevragen over de nieuwste ontwikkelingen. Welke positie binnen de stad verkiest de Universiteit? Wat wordt het huisvestingsconcept voor de toekomst?
Spreker: Jo Coenen, architect en hoogleraar
Gesprek o.l.v. Nico Nelissen met betrokkenen, waaronder wethouder Gerdo van Grootheest van de gemeente Maastricht en Martin Geurts, Hoofd Vastgoed UM

B. Bijeenkomsten ‘Raakvlakken’
Planning: laatste woensdag van de maanden februari-maart-april-mei
Deze reeks bijeenkomsten was specifiek bedoeld om het blikveld op het vakgebied te verbreden en kritische inspiratie uit onverwachte hoek toe te laten in het debat over ruimtelijke ontwikkeling. Speciale aandacht ging uit naar het aantrekken van een jong en gevarieerd publiek van creatievelingen uit het bredere culturele veld.
1. Osterholt Uitentuis: Wouter Osterholt (1979) en Elke Uitentuis (1978): kunstenaars ruimte & politiek
Woensdagavond 23 maart 2011
De samenwerking van het kunstenaarsduo Wouter Osterholt (1979) en Elke Uitentuis (1978) is gebaseerd op een gedeelde fascinatie over hoe mensen verbonden zijn met hun omgeving. In hun projecten onderzoeken ze hoe het gedrag van mensen wordt beïnvloed door de grensvoorwaarden van een bepaalde ruimte. Hoe bepalen politieke en economische waardes het sociale gedrag van bewoners en daarmee ook de en opbouw van hun leefomgeving? Geïntrigeerd door sociaal-maatschappelijke veranderingen in de stedelijke omgeving, ontwikkelen ze projecten waarbij verborgen verhoudingen die bepalend zijn voor een ruimte worden bloot gelegd. Deze onderzoeken vormen de basis voor hun werk, dat niet meteen herkenbaar is als kunst. De projecten balanceren tussen autonoom en functioneel. Waarbij de onderzoeken gezien kunnen worden als testsituaties, waarbij de communicatie tussen de bewoners van de onderzochte context een hoofdrol speelt. Ze moeten antwoord geven op de vraag welke methodes effectief zijn om mensen na te laten denken over de hun leefomgeving. De resultaten van deze publieke interventies worden door middel van presentaties in de kustsector toegankelijk gemaakt voor het publiek. Voor het project 'Model Citizens - Continuum' zijn bijvoorbeeld de resultaten van een verblijf in Cairo omgezet naar een gedetailleerde maquette van de wijk Antikhan, waarin de persoonlijke verlangens van de bewoners werden verwerkt. Door middel van deze manifestaties, maquettes of installaties visualiseren Osterholt en Uitentuis lokale onderwerpen en verlangens die betrekking hebben op de architectonische vormgeving en ruimtelijke planologie. Hiermee willen ze op een kritische manier bestaande visies over culturele waarden weerleggen en een discussie op gang brengen waarbij de eigen identiteit wordt geplaatst in een globaal kader.

2. Studio Roosegaarde: Daan Roosegaarde (1979): ruimte&technologie-kunstenaar
Woensdagavond 20 april 2011
Studio Roosegaarde is een initiatief van de technologiekunstenaar Daan Roosegaarde. Met zijn interactieve installaties onderzoekt hij de relatie tussen architectuur, mensen en nieuwe media. Techniek wordt daarbij niet alleen gezien als iets wat ons beïnvloedt, maar juist een middel kan zijn om communicatie op gang te brengen. Door de elementen geluid en beweging registreren de kunstwerken de aanwezigheid van mensen en reageren hierop. Hierdoor ontstaat er een fysieke relatie tussen het gedrag van de bezoekers en de vormgeving van de ruimte. De schoonheid van deze techniek kan als ‘natuurlijk’ worden ervaren en worden beschreven als poëtische technokunst. Deze sensuele samenwerking tussen software en de mens inspireert Roosegaarde om kunstwerken te ontwikkelen die ons nieuwe inzichten geven in het evenwicht tussen menselijke handelingen en techniek in de openbare ruimte.

3. Frank Havermans (1967): ruimtekunstenaar
Woensdagavond 18 mei 2011
Frank Havermans fascinatie voor architectonische ruimte en bouwkundige constructies zorgen ervoor dat de beeldend kunstenaar zijn werk zelf architectonische constructies noemt. Zijn werkterrein beslaat het spectrum van architectuur, meubel, interieur tot installaties, gebouwen en stedenbouwkundige plannen. De vaak tijdelijke installaties zijn low-tech, vervaardigd uit eenvoudig en relatief goedkoop plaatmateriaal. Havermans neemt diverse, zo niet alle, rollen binnen het maakproces van de architectonische constructie op zich, waardoor zijn werk als multidisciplinaire bouwkunstwerken beschouwd kunnen worden. De materialisatie vormt de structuur van het object die zich vormt naar de context van de installatie. Het geheel vormt een complexe ruimtelijke structuur en de materialisatie van het object vormt zich naar de context van de installatie. De uiteindelijke vorm van de constructie reageert op de verhoudingen van het interieur en exterieur van de bestaande toestand, als ook de relatie tussen beide. Met de nieuwe beeldschema’s die hij hiermee tot stand brengt doet hij ons nadenken over de logica van het ‘normale’ en het spanningsveld waarmee al het bekende opnieuw kan worden geformuleerd.

4. Lawrence Malstaf
Woensdagavond 15 juni 2011
Bij de installaties van de Belgische kunstenaar Lawrence Malstaf [1972] is de ervaring van 'being in the middle' van groot belang. De bezoeker is geen toeschouwer van het werk, maar is een essentieel lichamelijk onderdeel. De installaties zijn mechanismen die onder invloed van de bezoeker een proces op gang brengen en materialen, voorwerpen of een ruimte in beweging brengen. Zoals de opstelling; ‘Shrink’ op het STRP festival, waarbij de bezoeker tussen twee transparante zeilen door middel van een apparaat zich zelf vacuüm kan zuigen. Malstaf wil met zijn installatie onzichtbare randfenomenen waarmee wij dagelijkse worden geconfronteerd voelbaar maken. We passen ons mentaal en onbewust aan, aan bijproducten als; airconditioning, gezoem van neonlicht, de luchtdruk in de metro of seizoensprongen... Lawrence Malstaf: ‘Misschien kun je mijn installaties als trainingmachines zien, abstracte simulatoren waarin de bezoeker zich kan oefenen in flexibiliteit voor veranderingen in zijn milieu. Een training voor gevoeligheid en openheid voor het ongekende.’

C. Dag van de architectuur i.s.m. Kring Zuid-Limburg BNA
Zaterdag 25 juni 2011
Het thema van de dag van de architectuur 2011 was ‘zelfverzonnen’. TOPOS heeft de DvdA vorm en inhoud gegeven in samenwerking met de gemeente Maastricht. Er vonden de volgende activiteiten plaats:
1.Korte lezing over de thematiek van de DvdA door de voorzitter van TOPOS, Prof. Nico Nelissen.
2.Een bezoek in groepen onder begeleiding van een lid van het bestuur of de programmaraad van TOPOS aan een reeks geselecteerde projecten die illustratief waren voor de centrale thematiek: SNS bank, Huis met Pelikaan, architectenbureau René Thijssen en Museum aan het Vrijthof. De betrokken architecten hebben ter plekke uitleg gegeven.
4.Een speciale activiteit voor kinderen, namelijk het bouwen van zandkastelen onder begeleiding van een architect en daaraan gekoppeld een wedstrijd.
5.Aanbieding van het jaarverslag van de Welstands- en Monumentencommissie van de gemeente Maastricht door de voorzitter van WMC, Ruud Brouwers.


D. Excursie Eindhoven: ‘Van droom naar WERKelijkheid’
22 oktober 2011
De centrale vraag bij deze excursie was: Wat kan Maastricht leren van Eindhoven? Er zijn in beide steden analoge processen gaande, waarop verschillend wordt gereageerd. In Eindhoven zijn tijdens het afgelopen decennia veel technologiebedrijven uit de binnenstad vertrokken, naar andere steden of naar andere plaatsen binnen de stad. Enerzijds worden deze plekken uit het industriële verleden ontwikkeld tot nieuwe woon- en werkgebieden (Philips terrein, Stadionkwartier) en verbonden met het stationsgebied waar ook een opwaardering heeft plaatsgevonden. Anderzijds zijn er bestaande technologiecampussen (TU Eindhoven) die geherstructureerd worden en worden er nieuwe aangelegd op strategische plaatsen (High-tech campus, Flight Forum). In overleg met Harrie van Helmond heeft TOPOS een aantal projecten geselecteerd en bezocht tijdens deze excursie die illustreren hoe Eindhoven de kans heeft benut om de stad te herscheppen na het vertrek van de technologieindustrie uit het stadshart.
Om de banden met sponsoren en TOPOS-vrienden aan te halen, zijn zij specifiek voor deze excursie uitgenodigd. Er hebben 48 personen aan deze excursie deelgenomen. De deelnemers hebben ook een uitgebreide documentatie van de projecten gekregen.


